In het eerste jaar begin je om in het derde jaar jongeren zelf een doelgroep productie te laten maken. Christine Strijker ontwierp deze serie. Door in het eerste jaar te beginnen raken ze wellicht gemotiveerd voor spellessen omdat ze in het derde jaar zullen stralen in hun eigen productie.

Storyboard maken (eerste jaar)                                    

Jongeren werken aan het eind van het jaar zelfstandig in groepen. Een levend stripverhaal of fotoverhaal in tableaus is de eerste stap. In voorgaande lessen hebben ze veel getraind met sprekende houdingen, onderlinge verhoudingen, duidelijke mimiek. Voordat ze tableaus als fotoverhaal met fotocamera vastleggen, maken ze eerst een ‘story-board’. Dit laat hen nadenken over een sprekend verhaalbegin, -midden, -eind en duidelijke foto’s. Ze beantwoorden daarvoor vragen als: welke foto volgorde geeft het verhaal helder weer; wie moet waar staan, wat moet erop te zien zijn, hoe kan dit in mimiek en lichaamstaal? Ze mogen maximaal 10 foto’s maken om het verhaal te vertellen.

Planning:

Jongeren bedenken het verhaal dat ze willen fotograferen.
Het verhaal ‘knippen’ ze in stukken (maximaal 10).
Oefenen in houdingen en onderlinge verhoudingen zodat op elke foto duidelijk wordt wat er gebeurt.
Kleding, attributen, decor stukken of foto mogelijkheden op locatie verzamelen.
Foto’s tekenen en controleren of het verhaal duidelijk overkomt.
Story-board presenteren, jij geeft aanwijzingen en wijst hen op mimiek – sprekende houdingen en betekenisvolle onderlinge afstanden, hoogteverschillen en verhoudingen.
Een pakkende titel verzinnen.
Daadwerkelijk digitale foto’s maken en het effect controleren op het scherm. Welke correcties zijn nodig: verkeerd licht, niet iedereen komt op de foto, onduidelijkheden etc.
Plaatsen van de foto’s in een PowerPoint en met behulp van een beamer vertonen. Ze schrijven er korte zinnen bij.
Drukken de foto’s af en plakken deze op een groot vel papier, met tekstballonnetjes om het verhaal te verduidelijken.
Succesvolle series komen op de schoolwebsite of versieren de schoolwanden.

Afronding

De jongeren presenteren de live presentaties of film van de storyboards en bespreken deze op een duidelijk verhaal, een helder begin – spannend midden – vlot einde.  Geven onderling tips voor een volgend keer. Samen bespreken ze het gebruik van mimiek, lichaamstaal en onderlinge verhoudingen.  Ze bespreken het eindresultaat en geven tips voor verbetering van de vormgeving.

Script schrijven (tweede jaar)                                   

De jongeren werken aan het eind van het jaar zelfstandig in groepen. In de voorgaande lessen hebben ze geleerd hoe ze dialogen kunnen schrijven. Dit gaan ze nu toepassen in het schrijven van een script met regie -aanwijzingen, aanwijzingen over mise-en-scène, opmerkingen over kleding, attributen en/of licht etc.

Planning
De jongeren bedenken in groepen een kort verhaal.
Ze bespreken hoe ze dit verhaal op het toneel willen laten zien:
wat is er te zien; wie spelen erin mee: wat zeggen die en wat doen ze?
waar speelt het verhaal zich af: hoe ziet de mise-en-scène eruit?
wanneer speelt het verhaal: hoe wordt dat in beeld gebracht?
welke attributen, kleding, decor, belichting is nodig volgens jullie?
Welke regie- aanwijzingen wil je geven aan de regisseur: hoe spreken de rollen, hoe handelen ze?
Schrijven in het kort de verhaallijn op en maken dan een storyboard.
Bij elk plaatje schrijven ze de dialoog of tekst die daarbij hoort, eronder schrijven ze regie aanwijzingen voor rollen en mise-en-scène.
Een lijst van attributen, kleding, decor, belichting toe, die nodig zijn.
Als het storyboard klopt, werken ze het script verder uit, zodat anderen hun stuk kunnen spelen.

Afronding
Alle scripts worden ingeleverd en verdeeld over de groepen.
Iedere groep gaat een script van een andere groep spelen.
Samen bespreken ze de uitvoeringen op het wel/niet boeiend, duidelijk, verrassend zijn en waardoor dit mogelijk werd. Tenslotte is er steeds de vraag aan de scriptschrijvers of het is vormgegeven zoals zij het voor ogen hadden. Andere interpretaties zijn altijd mogelijk en dan is het interessant te zien waardoor die veroorzaakt zijn.

Doelgroep productie (derde jaar)                              

De jongeren werken halverwege het jaar zelfstandig in groepen en maken een korte voorstelling. Dit kan voor zeer verschillende doelgroepen zijn: peuters, kleuters, een basisschool groep, kinderafdeling van een ziekenhuis, gehandicapten. Maar ook docenten, bejaarden, mensen op de markt – in de supermarkt of het museum.
Ze maken keuzes ten aanzien van wat ze voor wie en met welk doel gaan maken. Vervolgens kiezen ze de vorm (theatrale middelen – een toneelstuk, een musical, muziektheater, mime, een verteller). Deze  moet aansluiten bij inhoud, doel en doelgroep.  Van het hele werkproces houden ze wekelijks een logboek bij: wat heeft wie gedaan en wie gaat wat doen de komende week. De groep wordt beoordeeld op samenwerken (logboek) en op productie. Is de productie geschikt voor de doelgroep qua inhoud – doel en uitvoering?

Planning

Samenstelling groepen en bepalen van de doelgroep, het thema, de vorm en het doel.
Onderzoek naar de doelgroep via internet, boeken, interviews, bezoek.
Begin maken met de vorm. Hoe bereik je je doel? Welke vorm(en) wil je gebruiken?
Verder werken: scènes vastleggen, verhaal en/of script schrijven, materialen zoeken;
vorm en inhoud bijschaven, verfijnen;
kontakten leggen waar de productie opgevoerd kan worden;
definitieve vorm vastleggen: kleding, decor, attributen, generale repetitie.

Afronding

Productie spelen op locatie en een registratie ervan maken op film.
Inleveren van registratie en logboek; invullen evaluatie werkproces.

Beoordeling

Samenwerken en taken verdelen (logboek).
De productie: is doel en inhoud geschikt voor de doelgroep?
Wordt het doel bereikt tijdens de uitvoering op locatie?
Is de vorm communicatief(registratie op film om rustig terug te kijken)?

Christine Strijker

Ubbergen, update winter 2021