Om spel te tonen aan anderen is herhaalbaar spel nodig. Dit vraagt om sterke spelmomenten en die zijn niet zomaar opnieuw op te roepen. De thematiek die spelers willen presenteren vraagt om een ‘overall vormgeving’ van jou als docent -regisseur. Je stemt alle elementen (decor, mise-en-scène, licht) op elkaar af. De spelers creëren nu minder en repeteren meer. Ze volgen de tekst, motieven, handelingen, die ontstaan of voorgeschreven zijn, en de regieaanwijzingen.  De spelers willen communiceren met publiek over de te spelen thematiek. Inzicht en heldere vormgeving zijn hieraan dienstbaar. In de onderwijspraktijk komen allerlei voorstellingen voor vanuit wat voorhanden is.

Er groeit een:

Collage, als er veel onderwerpen en presentatievormen aan bod komen;
Musical, als er rondom een thema naast scènes spelen, veel gezongen wordt;
Circusvoorstelling, als beweging en handigheid centraal staan en clowns de acts aan elkaar spelen. Zij die liever toneelspelen, redden tijdens scènes tussen de optredens door, het circus van de ondergang;
een kant en klaar toneelstuk, geschikt voor deze leeftijd.

Een speelverhaal of toneelstuk

Deze kennen een ritme dat veelal opgebouwd is uit een expositie, een motorisch moment, een ontwikkeling, een crisis, een afwikkeling en een uitleiding.

Expositie:                     De inleiding waarin de stemming wordt gezet door het introduceren van vier van de vijf W’s (Wie, Wat, Waar, Wanneer): hier gaat het over.
Motorisch moment:    Het probleem waar het spel om gaat, wat het spel draaiende houdt (Waarom): hier gaat het uiteindelijk om.
Ontwikkeling:              Door acties en vooruit- en terug verwijzingen van de spelers ontwikkelt zich een spanningsveld rondom het probleem: doet ie ‘t of doet ie ‘t niet? Deze motieven houden het spel gaande.
Crisis:                          De spanning komt op haar hoogtepunt en de feitelijke ommekeer in het gedrag van de hoofdpersoon vindt plaats: een moment van alles of niets.
Afwikkeling:                Voordat de wending of opluchting echt plaatsheeft, speler ze de gevolgen en consequenties ervan uit.
Uitleiding:                   Een sfeerbepalend slot.

Voorbereiding
Ga op zoek naar geschikte teksten waarmee jongeren uit de voeten kunnen en zelf vormgeving onderzoeken.

Spelintroductie
De jongeren spelen de voorbereide scène, bespreken het collagevoorstel of presenteren een lied uit de musical.
De presentatie bespreek je na op vormgevingselementen (zie kijkkaarten en vragen).
Je nodigt de jongeren uit een toneelstuk, collage of minimusical te gaan maken.

Fysieke vormgeving

Speltraining:
Spelers experimenteren met fysieke rolopbouw; spring bij waar je versterken kunt.
Ze werken vanuit
– tegengestelde houdingen: krom – rechtop; grote – kleine gebaren; hoekig -rond; gespannen – ontspannen; lig­gend – ronddrentelend; met een handeling drukdoende – rustig observerend.
– handelingen om intenties te verduidelijken: sjouwen met materiaal, autorijden en tegelijk kaartlezen, een splinter uit teen van de ander halen, enzovoort.
– het gebruik van de ruimte: grote of kleine afstand ten opzichte van elkaar, afgewend – contact zoekend, hoge – lage positie.

Tekst zegging

Speltraining: ‘Zie en hoor wat je zegt.’
Spelers nemen de tijd voor de tekst.
Zorgen voor dynamiek in hun tekst zegging, verandering en nuancering in stemming.
Onderzoeken de tekst en experimenteren. Hoe klinkt het na hard gehold te hebben;
na heel diep ademhalen; met hele korte ademstoten; in tweetallen terwijl je worstelt, theedrinkt, de was ophangt; met verschillende intenties, emoties, stemmingen.
Laten de stilte spreken.
Beleven verschillende wijzen van spreken en kiezen die zegswijzen, die volgens hen kloppend zijn bij de verschillende teksten.

Spelsituatie
Ze spelen de scènes uit het verhaal in volgorde van de presentatie, zo vloeiend mogelijk. Je kunt kiezen voor
– alle scènes in hetzelfde decor, of verschillende decors verspreid over de ruimte en een publiek dat meewandelt.
– aansluitende tableaus; het eindbeeld van de ene scène is dan het begin beeld van de volgende.

Nabespreking
Kwam het verhaal als geheel duidelijk over? Waaraan lag dat?
Welke delen kwamen wel of niet duidelijk over? Waaraan lag dat?
Voel je je als publiek betrokken en bleef je aandacht steeds even groot?
Waar lag dat aan?
Welke
– momenten van de presentatie sprongen eruit vanwege spanning, ontroering of humor?
– rolvertolking sprak jou erg aan en waarom?
– boodschap klonk er voor jou uit het verhaal?
Wat moet nog duidelijker als je dit verhaal aan onbekenden laat zien?

Variatie
Bij onderlinge presentatie laat je twee of drie jongeren speciaal op één ander letten en diens rol overnemen. De
kijkers herspelen eerst en spelen vervolgens versterkingen zoals zij de rol zouden spelen. De aanvankelijke speler neemt de rol weer terug en neemt naar keuze mee wat de anderen haar hebben aangereikt.

Ubbergen, update winter 2021